De klassieke zit

Op de vraag “Hoe leer je goed zitten?” antwoordt men nog regelmatig met: rij veel zonder stijgbeugels of nog: leg je benen zus, houd je handen zo enz.

Eigenlijk is geen van beide antwoorden correct.

Het rijden zonder beugels maakt je zit immers niet beter, want je blijft zitten in wat jouw lijf als “juist” beschouwt.

Het zitten volgens de theorie die je in de boeken terugvindt is ook niet echt correct, want dan zit je te statisch op een bewegend wezen. Bovendien houdt deze geen rekening met de bouw van jouw lichaam, noch met dat van het paard of opleidingsniveau, noch met de situatie op dat moment.

En toch bestaat er zoiets als een mooie correcte klassieke zit.

Vooraleer we deze onder de loep leggen, is het belangrijk eerst enkele andere factoren te bekijken die een invloed uitoefenen op de zit.

Het zadel

Ook al heb je het gevoel dat je in dat diepe dressuurzadel met blokken van kniewrongen mooi stil zit, toch geven ze je een vertekend beeld. Een zadel met een te diepe zit en dikke kniewrongen biedt immers geen vrijheid aan je bekken en het is net je bekken dat je nodig hebt om soepel te kunnen zitten en de rug van je paard te sparen.

De zittingsmaat is eveneens van belang. Een te klein zadel belemmert de beweging van je bekken en een te groot zadel kan leiden tot een onstabiele zit.

Een mooi passend zadel voor zowel paard als ruiter is dus een eerste basisvereiste.

Het paard

De bouw van het paard en zijn africhtingsniveau hebben uiteraard een zeer grote invloed op de zit.

Omgekeerd geldt deze stelling echter niet. “Aangenaam zitten” is geen referentie voor een atletische bouw of het correct bewegen van het paard. Er zijn paarden die slecht gebouwd zijn en/of slecht bewegen, maar toch makkelijk zitten voor de ruiter en omgekeerd.

Hoe het paard er ook uitziet of beweegt, de essentie is de ontspanning, een ontspannen paard dat zijn rug los laat en in balans loopt.

De ruiter

Dé taak van de ruiter is het paard voorbereiden én tot ontspanning brengen.

Voorbereiding wordt wel eens verkeerdelijk verward met voorwaarts rijden.
Men denkt vaak dat wanneer men een paard maar goed voorwaarts rijdt en “aan de teugel”, dat dan de rug en achterhand van het paard versterkt worden, waardoor men mag gaan zitten. Helaas duwt de ruiter hiermee het paard juist nog meer op de voorhand omdat het paard over zijn tempo gereden wordt en dit maakt goed zitten wel heel erg moeilijk.

Schenkelend paard met instructeur Anja Beran

Het zijn net de zijgangen, eerst uitgevoerd in een rustige stap en later in een trage actieve draf, die het paard soepeler en krachtiger maken.

Het is zo dat het paard in balans leert lopen en (juist) zitten mogelijk wordt.

Eens het paard goed voorbereid is én ontspannen, mag en kan de ruiter eindelijk gaan doorzitten. Hierbij speelt het bekken de hoofdrol. Het bekken dient uitermate soepel en los te zijn. Het moet in staat zijn om de flow te volgen op elk moment. Van daaruit vertrekt een sterke en soepele rug en ontspannen ledematen, die los naar beneden hangen.

Het zitten mag dus geen moeite kosten. Gebruik je te veel spieren, dan word je net uit het zadel geduwd. Maar zit je als een patattenzak, ga je botsen en hinder je het paard. Het bovenlichaam dient steeds een zekere tonus te bewaren.

De ruiter dient dus veel controle te hebben over zijn eigen lichaam, gevoel voor ritme en veel coördinatie. Hij moet namelijk in staat zijn om elk lichaamsdeel afzonderlijk én op het juiste moment te kunnen bedienen.

Vanuit dit opzicht is het zeer interessant om als ruiter ook naast het rijden een sport te beoefenen die de coördinatie, souplesse en lichaamsbewustzijn verbeteren zoals bv Yoga, Pilates, gevechtssport of ballet.

Hoe leren zitten?

Een goede zit leer je niet uit een boek, door imitatie van een foto of instructie zonder beugels. Het draait allemaal rond gevoel. En om goed te kunnen voelen wat er precies onder je gebeurt, moet je vooreerst erg ontspannen kunnen zitten en je lijf kunnen coördineren.

Opvallend is dat de meeste zitproblemen zichtbaar worden zodra de ruiter begint hulpen te geven. Het bekken is niet flexibel genoeg waardoor het onmogelijk is om een hulp onafhankelijk, licht en op het juiste moment te geven.

De ruiter heeft de indruk dat het paard niet of onvoldoende gehoorzaamt en versterkt zijn hulpen waardoor de spanning alleen maar stijgt.

Een foute of gespannen zit, hindert de rug en zonder losse rug kan het paard gewoon niets beginnen, hoe sterk je die hulp ook maakt of hoe vaak je die ook blijft herhalen.

In stap kan men zich vaak nog wat beredderen, want daar is geen impuls. Maar zodra het paard gaat aandraven, zien we dat het bovenlichaam van de ruiter achter de loodlijn komt en het bekken enkel voor/achter beweegt (de links/rechts beweging wordt heel vaak vergeten omdat men deze moeilijk voelt). De ruiter blijft op deze manier achter op de beweging van het paard, haalt het uit balans en kan zo onmogelijk lichte en correcte hulpen geven.

Het lastige aan gevoel is dat het veel complexer is dan een gewone theoretische kennisoverdracht. Het is ook zo subtiel, dat het niet altijd eenvoudig is om kleine veranderingen waar te nemen. Daarom dat ik gebruik maak van kinesitherapeutische balletjes gevolgd door gerichte corrigerende oefeningen aan de longe (Zie artikel ‘De juiste zit‘). De Franklin balletjes geven de driedimensionale beweging van zowel paard als ruiter aan elkaar door en vergroten ze uit waardoor ze makkelijker aangevoeld kan worden. De oefeningen aan de longe corrigeren vervolgens de gebreken die aan het licht komen.

“Try to awaken curiosity by the lightness of your aids.” – Nuno Oliveira

Eens je de juiste zit gevonden hebt, gaat er werkelijk een nieuwe wereld open. Nu kan je communiceren met de lichtste veranderingen in je lichaam, zelfs een enkele gedachte. Teugels en benen worden naar de achtergrond verdrongen. Je leert een onderscheid maken tussen een arbeidszit en een verzamelde zit en de overgangen hiertussen zonder het ritme of de balans te verstoren van het paard. Het paard wordt alert op de kleinste verandering en gaat vervolgens gelijkaardig bewegen om weer “één” te worden met zijn ruiter.

En dat is precies waar het om draait bij een klassieke zit: het fijnste communicatiemiddel tussen ruiter en paard vanuit ontspanning, lichtheid, balans, eenheid en harmonie.